Welkom op de pagina´s van het Auswärtiges Amt

Enkele feiten over Duitse betalingen i.v.m. de Tweede Wereldoorlog

22.02.2019 - Artikel

Over betalingen in samenhang met de Tweede Wereldoorlog, die Duitsland overmaakt aan personen die in België wonen: Wij willen graag enkele feiten met u delen.

Duitsland is er zich heel bewust van hoeveel leed en ongeluk de Duitse bezetting, de Tweede Wereldoorlog en de Shoah over België, Europa en de wereld hebben gebracht. De Duitsers zijn België en de andere oprichtingslanden van de Europese Unie dankbaar dat ze aan Duitsland een groot vertrouwensvoorschot toonden toen ze samen met hen de basis voor een vredevol, democratisch, de rechtsstaat eerbiedigend en bloeiend Europa legden. Ook het feit dat België snel na de stichting van de Bondsrepubliek Duitsland de diplomatieke betrekkingen met de jonge staat aanknoopte, zal niet worden vergeten.

Vandaag zijn België en Duitsland zeer nauwe partners in Europa en in de wereld – ja, onze landen zetelen nu zelfs tegelijkertijd gedurende twee jaren in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties in New York.

De discussie in Belgie ging over de vraag in verband met betalingen volgends het Bundesversorgungsgesetz. Daarover leest u hieronder meer onder „Betalingen volgens het Bundesversorgungsgesetz“.

De door de krant „Le Soir“ aangehaalde vragen betreffen een ander themadomein. Onder „Pensioensbetalingen uit de wettelijke pensioensverzerkering“ vindt u het antwoord van het Bondsministerie voor Werkgelegendheid en Sociale Zaken op de vraag van „Le Soir“ (in het Frans).

__________________________________________________________________________________________________________

Betalingen volgens het Bundesversorgungsgesetz

De berichtgeving van de laatste dagen ging over betalingen volgens de Duitse wet over de verzorging van oorlogsslachtoffers - het Bundesversorgungsgesetz of BVG in het kort. Deze uitkeringen worden toegekend bij gevolgen van gezondheidsschade door het uitoefenen van een militaire of soortgelijke dienst, ofwel door een ongeval tijdens het uitoefenen van een militaire of soortgelijke dienst, ofwel door de bijzondere omstandigheden van deze dienst. Aan deze militaire diensten worden volgens artikel 1, paragraaf 2, lid a) en artikel 5 van de BVG-wet ook het volgende gelijkgesteld: algemene en directe oorlog in de zin van gevechten en de daarmee verbonden militaire maatregelen, voornamelijk bij inzet van oorlogsmateriaal. Dit betekent dat ook burgers, die door de algemene oorlogssituatie gezondheidsschade hebben geleden, mogelijkerwijs aanspraak kunnen maken binnen het kader van de verdere richtlijnen van het BVG. Dit moet telkens per individueel geval verduidelijkt worden. Deze uitkeringen worden geweigerd indien de gerechtigde of de persoon van wie het recht op zorg is afgeleid tijdens het bewind van het nationaalsocialisme de principes van de menselijkheid en rechtsstaat overtreden heeft.

Een uitkering volgens het BVG kan dus slechts diegene verkrijgen, die aan drie voorwaarden voldoet, die in elk individueel geval nagetrokken moeten worden: ten eerste moet een gezondheidsschade bestaan, bv. een amputatie of een gelijkaardig letsel. Ten tweede moet de gezondheidsschade in samenhang met de uitoefening van een militaire of soortgelijke activiteit ontstaan zijn – hetzij door een activiteit bij de toenmalige werkverschaffingsorganisatie (Reichsarbeitsdienst) of bij de luchtbeschermingsdiensten (Luftschutz), maar ook indien men soldaat was – of door gevechtshandelingen en de daarmee verbonden militaire maatregelen, in het bijzonder de inzet van munitie. En ten derde mag ook naar artikel 1a van de BVG-wet iemand die van de BVG-verzekeringsorganisatie een uitkering wil krijgen de beginselen van humaniteit of rechtsstatelijkheid niet geschonden hebben. Heeft de betrokken persoon dit gedaan, zo ontvalt diens recht op vergoeding.

Of aan alle drie voorwaarden en de verdere richtlijnen van het BVG is voldaan, wordt in elk geval nagetrokken. Voor de doorvoering van het BVG zijn de Bundesländer verantwoordelijk, in het geval van in Belgie levende Personen is dat het Bondsland Rijnland-Westfalen. De natrekking is, volgens artikel 1a van de BVG-wet, bijzonder diepgaand wanneer diegene die de vordering stelt een vrijwillig lid van de SS was. De ambassade of het Duitse Ministerie van Buitenlandse Zaken zijn niet bij de beoordeling noch bij de indiening van de aanvraag betrokken.

In het geval van België werden de BVG-begunstigden door de bevoegde autoriteiten meerdere keer gescreend, o.m. door vergelijking met lijsten van het Simon Wiesenthal Center, met andere archieven en verder onderzoek. Momenteel verkrijgen nog achttien personen uitkeringen vanwege het BVG. Deze personen kunnen zowel Belgen zijn, alsook Duitsers of mensen van een andere nationaliteit, die in België wonen. De namen van deze personen zijn de ambassade niet bekend, omdat het principe van de bescherming van persoonlijke gegevens ook m.b.t. de wetgeving ook in het sociaal recht en tegenover de ambassade geldt.

De betalingen op basis van het BVG zijn krachtens het Duitse recht niet belastbaar. Volgens het Belgisch-Duitse verdrag ter voorkoming van dubbele belasting richt de manier van belastingheffing zich bij dergelijk betalingen naar het recht van de staat, die deze uitbetaalt. Aangezien deze betalingen dus niet belastbaar zijn, zijn deze gegevens ook niet onderworpen aan de automatische uitwisseling van belastinggegevens.

Reeds op 28 maart 2017 uitte zich de voormalige ambassadeur Rüdiger Lüdeking in de Kamer van Volksvertegenwoordigers over dit thema. Zijn inleidende verklaring bij de parlementaire Commissie voor Buitenlandse Betrekkingen geldt nog steeds: zie hier de volledige tekst in het Frans

In aansluiting aan deze zitting in de Commissie voor Buitenlandse betrekkingen reisde een groep volksvertegenwoordigers op 11 juni 2018 naar Berlijn, om deze vragen verder te bespreken en om zich over de Duitse inspanningen t.o.v. schadeloosstellingen te informeren.

Het leed dat het naziregime over de wereld heeft gebracht zal nooit door geld gecompenseerd kunnen worden. Maar Duitsland is vastbesloten, tenminste een deel van het leed te verzachten. Daarvoor heeft de Bondsrepubliek tot heden in totaal meer dan 75 miljard euro via de openbare sector op vlak van de schadeloosstelling betaald in de vorm van betalingen, o.m. aan personen die om redenen van politiek verzet tegen het nationaalsocialisme, of om redenen van ras, van geloof of overtuiging door de NS-repressie en –geweld schade hebben geleden.

Verwijzing: deze informatie is gebaseerd op onze huidige stand van kennis. In het geval dat wij nieuwe bevindingen zouden verkrijgen, zullen we deze tekst actualiseren en aanpassen.


Naar het begin van de site