Willkommen auf den Seiten des Auswärtigen Amts

Bijdrage van Ambassadeur Lüdeking naar aanleiding van de herdenking van 100 jaar Duitse militaire begraafplaats in Menen

Folkert Herlyn

Menen, © Folkert Herlyn

06.10.2017 - Artikel

Wij herdenken vandaag het honderdjarig bestaan van de militaire begraafplaats in Menen.

Deze herdenking doet mij denken aan een scène uit de roman “Van het westelijk front geen nieuws“ van Erich Maria Remarque, die me zeer ontroerd heeft: Duitse soldaten op weg naar het front worden langs een plek geleid waar mensen bezig zijn begraafplaatsen te graven, reeds met vooruitblik op de te verwachten slachtoffers.

Deze scène, beschreven vanuit het niet-politiek perspectief van een gewone soldaat, toont het duidelijk: De jonge soldaten langs beide kanten waren meer slachtoffers dan daders. Ze waren de slachtoffers van een zielloze en inhumane militaire logica. En dit is het waaraan we precies nu moeten herinneren, in deze tijden, waar we de Derde Slag bij Passendale herdenken, deze slag om Ieper die één van de meest verschrikkelijke, één van de meest verlieslijdende en tegelijkertijd één van de meest zinloze slagen van de twintigste eeuw was.

De onvoorstelbare gruwel van een oorlog kan vaak slechts maar bij benadering begrijpelijk gemaakt worden door het lot van een individueel slachtoffer aan hand van voorbeelden te evoceren. Maar ik beschouw het toch ook als een ironie dat we vandaag het lot van een gewone soldaat gebruiken om de verschrikking van de oorlog te illustreren, gezien de toenmalige militaire leiders de Slag bij Passendale voerden zonder rekening te houden met de verliezen en hen het lot van de individuele, gewone soldaat blijkbaar niet interesseerde of onverschillig liet.

De Duitse herinneringscultuur is in veel opzichten anders dan die van onze Europese partners. Ze is gekenmerkt door het bewustzijn van het leed dat Duitsland in de twintigste eeuw met twee wereldoorlogen in Europa veroorzaakt heeft. Het land is gekenmerkt door het verantwoordelijkheidsbesef dat daaruit ontstaan is. We weten immers goed dat de herdenking aan de slachtoffers van de oorlogen niet dient om nationaal en heroïsch pathos te creëren of om nationalistische reflexen te stimuleren. Oorlog – dit beschrijft ook juist Remarque in zijn roman – betekent voor elke individuele soldaat alleen ellende in plaats van eer.

Vandaag betreuren we de vele slachtoffers die hier begraven zijn. Door hier aan alle gesneuvelden van de Eerste Wereldoorlog te herdenken, geven we hun een waardig eerbetoon.

Maar we hebben tegenover deze slachtoffers ook een plicht – en dit heeft voor mij een cruciale, blijvende betekenis. Ik bedoel hiermee de plicht om al het mogelijke te doen, om de vrede te bewaren. Geweld, agressief-militair optreden, ongecontroleerde nationalistische pathos die het gedachtegoed verziekt, mag ons niet onverschillig zijn.

De oorlogsbegraafplaats van Menen is niet zomaar een historische plek, een historisch monument. Ze is eerder een oord van bezinning; bezinning op het ergste waartoe een ‘tegen elkaar zijn’ van de Europese staten kan leiden. Daarom willen we bouwen aan ‘een met elkaar’, aan het Europees idee. Europa is hoofdzakelijk een politiek project dat ons meer dan 70 jaren vrede en welzijn op ons continent gegeven heeft. Dit mogen we niet op het spel zetten. Dit is dé aanmaning tot voorzicht van de hier in Menen begraven gesneuvelden aan ons.

Of anders gezegd en zoals de president van de Europese Commissie Jean-Claude Juncker het een keer geformuleerd heeft – het is intussen een gevleugelde uitdrukking geworden: “Wie aan Europa twijfelt, zou militaire begraafplaatsen moeten bezoeken”. Precies met het oog op de talrijke centrifugale tendensen in Europa is deze uitspraak volop actueel. Maar niet alleen dat: De actuele, wereldwijde uitdagingen en de toenemende kritische ter discussie stelling van vrijheid, democratie en recht in grote delen van de wereld moet ons bewust maken: wij zijn gevraagd om actief, moedig en gemeenschappelijk voor onze waarden op te treden en deze te verdedigen. Het lot van de Europese staten verbindt hen onlosmakelijk met elkaar. In een wereld, waar de gewichten verschuiven, heeft alleen een sterk en verenigd Europa de mogelijkheid om vormgevend invloed te hebben en zo de vrede en de vrijheid duurzaam te bewaren.

De aanmaning daartoe is vandaag actueler dan ooit. Ze geldt niet alleen voor vandaag, ze geldt ook voor de toekomst. Daarom is het bijzonder belangrijk dat deze militaire begraafplaats als oord van waarschuwing en bezinning behouden wordt. Ik moet daarvoor mijn grote dank uiten aan de Volksbund Deutsche Kriegsgräberfürsorge voor haar onvermoeibare toewijding en haar inspanningen voor de vrede. Bijzonder graag zou ik ook de Vlaamse regering willen danken voor haar ruime ondersteuning – ook met financiële middelen – bij het onderhoud van de Duitse militaire begraafplaatsen in Vlaanderen. Mijn dank gaat ook uit naar allen die vandaag hierheen gekomen zijn, omdat ze door hun aanwezigheid hun engagement bevestigen voor onze blijvende verantwoordelijkheid voor het behoud van vrede en vriendschap in Europa.

     

door Rüdiger Lüdeking, Ambassadeur van de Bondsrepubliek Duitsland bij het Koninkrijk België

6 oktober 2017

[ Vertaling uit het Duits ]

Naar het begin van de site